Plagen en ziekten – focus op regenwormen en rooddraad

  • Whastsapp

Landscaper Pro-advies: plagen en ziekten – focus op regenwormen en rooddraad

Plagen en ziekten hebben een grote impact op gras doordat ze de esthetische waarde van gazons en openbare groenvoorzieningen sterk verminderen. In sommige gevallen is de schade aanzienlijk en moeten er dure herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd. Het is daarom beter te zorgen dat u weet welke plagen en ziekten de meeste schade veroorzaken en hoe u deze kunt voorkomen, zodat de kans op stress voor het gras wordt geminimaliseerd.

Plagen

Er bestaan allerlei plagen die natuurlijke grasvelden zoals gazons in verschillende mate kunnen aantasten. Denk bijvoorbeeld aan konijnen, mollen, engerlingen (langpootmuglarven), vliegenlarven en keverlarven. Regenwormen zijn een van de grootste plagen in hoogwaardige gazons in koelere, nattere regio's. Hoeveel overlast ze precies veroorzaken, is afhankelijk van de samenstelling van de grasmat, de maaihoogte en het uiterlijk van de grasmat.

Zijn regenwormen een probleem?

Regenwormen leven in de bodem. Er zijn verschillende soorten, elk met zijn eigen unieke gedrags- en fysiologische kenmerken. Hun verspreiding wordt beïnvloed door het klimaat, de pH van de bodem, de bodemtextuur, het organisch materiaal, de voedingswijze, de levensstijl en de plaats binnen het bodemprofiel. 

De belangrijkste functie van de regenworm is de bijdrage die ze leveren aan het afbraakproces in de bodem. Regenwormen voeden zich met dood en rottend plantaardig en dierlijk materiaal. Zo houden ze de hoeveelheid organisch materiaal onder controle en verbeteren ze de beschikbaarheid van voedingsstoffen en de bodemvruchtbaarheid. Daarnaast verluchten ze de bodem met als gevolg een betere bodemstructuur, infiltratie en beworteling.

Sommige regenwormsoorten produceren wormhoopjes van onverteerbaar afvalmateriaal. Deze wormhoopjes zijn een doorn in het oog van greenkeepers. In openbare grasvelden met sterk groeiende meerjarige raaigrassoorten die niet korter dan 25 mm worden gemaaid, zijn dergelijke wormhoopjes niet zo'n probleem, tenzij het grasveld als sportveld wordt gebruikt. Op kort gemaaide, hoogwaardige siergazons verstoren deze wormhoopjes echter het uiterlijk van de grasmat. Bovendien verstikken ze het gras waardoor onkruid de kans krijgt te groeien en het uiterlijk nog verder wordt aangetast. In een dergelijke situatie wegen de voordelen van regenwormactiviteit uiteindelijk niet meer op tegen de nadelen.

 

Tips om de regenwormactiviteit onder controle te houden

Goede beheerpraktijken kunnen helpen om de regenwormactiviteit te beperken.

  • Organisch materiaal is hun belangrijkste voedselbron. Door de hoeveelheid organisch materiaal in de bodemomgeving te beperken, is er minder voedsel beschikbaar en wordt het gebied minder aantrekkelijk. Verwijder het maaisel, beperk het gebruik van organische meststoffen, stimuleer de afbraak van organisch materiaal door regelmatig te beluchten en verwijder organisch materiaal door middel van verticuteren en hollow-coring.
  • Wormen houden niet van zure omstandigheden en geven de voorkeur aan neutrale en alkalische bodems. Dit is vooral nuttig in siergazons die gedomineerd worden door struis- en zwenkgrassoorten, die goed gedijen in een zure bodem. Probeer in dergelijke omstandigheden zoveel mogelijk te kiezen voor verzurende producten. Zowel meststoffen met ammoniumsulfaat als ijzersulfaat hebben een verzurend effect en zijn dus ideaal om op te nemen in het meststoffenprogramma bij problemen met regenwormen.
  • Als u kalkproducten gebruikt om de pH te verhogen, gebruik hier dan niet te veel van. Hierdoor zal de regenwormactiviteit toenemen. Kalk is verkrijgbaar als bodemverbeteraar, maar zit soms ook verstopt in andere producten. Let goed op bij het kiezen van zand, zeker in het geval van topdressing. Zorg dat het materiaal dat u gebruikt maximaal 0,5 % kalk bevat. Gebruik ook geen kalksteen om afwateringsgeulen weer op te vullen. In zure bodems wordt kalksteen gemakkelijk afgebroken, en daardoor verloopt niet alleen de afwatering minder efficiënt, maar worden ook regenwormen aangetrokken, die wormhoopjes maken in de kalksteen, waardoor deze vervuild raakt met grond.
  • Topdressen met een middelgrof zand kan ook helpen om de regenwormactiviteit na verloop van tijd te verminderen, omdat dit de huid van de regenwormen irriteert.
  • Wormhoopjes kunnen met een hark of bezem uit het gazon worden verwijderd, maar dit kan alleen als het gras droog is. Bij nat weer leidt harken of bezemen alleen maar tot versmering, wat een negatief effect heeft op het infiltratievermogen van het oppervlak en waardoor het onderliggende gras verstikt wordt.
  • In sommige regio's kan het ontstaan van wormhoopjes worden tegengegaan door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen met carbendazim. Deze zijn echter alleen beschikbaar voor professionele gebruikers met de juiste kwalificaties.

 

Ziekten

Schimmels zijn de meest voorkomende ziekteverwekkende organismen in gras, maar niet alle schimmels in de bodem zijn schadelijk. Veel schimmels zijn juist heel nuttig en hebben belangrijke functies met betrekking tot de afbraak van organisch materiaal. 

De schimmels die ziekten veroorzaken, worden meestal 'pathogeen' genoemd. Er zijn veel verschillende pathogene schimmels die allerlei ziekten veroorzaken in gras. Elk hebben ze hun eigen gedrags- en fysiologische kenmerken. De meeste groeien als draadachtige structuren (hyfen). Een netwerk van deze schimmeldraden wordt mycelium genoemd. Dit mycelium kan al dan niet zichtbaar zijn op het plantweefsel van aangetaste planten of in de bodem.

In het algemeen zijn de meeste pathogene schimmels altijd aanwezig in gras, maar ontwikkelt er zich alleen een ziekte als de omgevingsomstandigheden gunstig zijn. Een goed beheer is vaak al voldoende om uitbraken van ziekten te voorkomen, maar de veranderlijke en onvoorspelbare aard van het weer maakt het vaak moeilijk om ziekten effectief te bestrijden.

Openbare grasvelden met voornamelijk krachtig groeiend meerjarig raaigras is minder vatbaar voor veel ziekten, voornamelijk doordat dergelijke velden minder intensief worden onderhouden en minder kort worden gemaaid. Rooddraad (Laetisaria fuciformis) is waarschijnlijk de meest voorkomende ziekte in openbare grasvelden en fijne siergazons.

 

Wat zijn de symptomen van rooddraad?

  • Het gras heeft een roze of rood uiterlijk en wordt bleek/lichtbruin naarmate de ziekte vordert.
  • De schimmel is zichtbaar als roze, katoenachtige pluisjes en/of als kleine rode naaldjes die uit het zieke blad steken. Deze naaldjes kunnen tot 25 mm lang zijn. Ze worden stromata genoemd en zijn de overlevingsstructuren van de causale schimmel.
  • Geïnfecteerde plekken kunnen een diameter van 50 mm tot wel 350 mm hebben.
  • De schimmel zorgt ervoor dat de toppen van de grasblaadjes afsterven, maar tenzij het gras slecht groeit, is de schade over het algemeen oppervlakkig.

Welke omstandigheden bevorderen de ontwikkeling van rooddraad?

  • Rooddraad kan op elk moment van het jaar voorkomen, maar komt het meest voor in de late zomer en de herfst.
  • Rooddraad komt voor in alle grassoorten, maar roodzwenkgras en meerjarige raaigrassen zijn het meest vatbaar. Verschillende rassen binnen deze soorten zullen ook meer of minder bestand zijn tegen de ziekte.
  • Zoals bij veel grasziekten bevordert een vochtig oppervlak de verspreiding ervan en een teveel aan organisch materiaal is een bron van causale schimmels.
  • Planten zijn het meest gevoelig wanneer de grasgroei traag is als gevolg van een lage vruchtbaarheid en in het bijzonder als er te weinig stikstof in de bodem aanwezig is.

Tips voor het voorkomen en bestrijden van rooddraad

  • Dien bij aanwezigheid van rooddraad stikstofhoudende meststoffen toe. Dit zou meestal voldoende moeten zijn om de plant te helpen door de ziekte heen te groeien. Welke meststof wordt gekozen, hangt af van de heersende omstandigheden. Kies voor vloeibare meststoffen als de omstandigheden droog zijn en er niet kan worden beregend.
  • Verwijder het maaisel van aangetaste grasvelden om de verspreiding van de ziekte tot een minimum te beperken.
  • Houd de hoeveelheid organisch materiaal onder controle, zorg voor voldoende oppervlakteafwatering en belucht regelmatig.
  • Zorg voor goed vruchtbare grond om een gezonde grasgroei te bevorderen, met name door ervoor te zorgen dat er gedurende het hele seizoen voldoende stikstof beschikbaar is.
  • Zaai door met rassen die goed bestand zijn tegen rooddraad.